Waar moet je op letten bij een trekstoot?
Wanneer je de speelbal boven het midden raakt, is vooral de richting van de stoot belangrijk. Of je afstoot daarbij iets langer of korter is, heeft meestal weinig invloed op het resultaat. Bij een trekstoot ligt dat anders. Naast een correcte richting speelt de afstoot een cruciale rol. Een onjuiste afstoot zorgt ervoor dat er veel minder trekeffect op de speelbal wordt overgebracht.
Onderstaande aandachtspunten helpen je om een effectieve trekstoot uit te voeren.
1. Stoot niet onnodig laag af
Veel spelers denken dat een maximale trekstoot vraagt om een zo laag mogelijke raakplaats op de speelbal. In de praktijk levert een raakpunt op ongeveer 30% onder het midden vrijwel hetzelfde resultaat op. Het risico op een misser of een foutieve balcontact wordt daardoor bovendien kleiner.
2. Houd de keu zo horizontaal mogelijk
Bij een trekstoot zie je vaak dat spelers de achterkant van de keu optillen, waardoor de top van de keu naar beneden wijst. Dit verbetert het trekeffect niet en kan zelfs ten koste gaan van de controle. Probeer daarom de keu tijdens de stoot zo vlak mogelijk te houden.
3. Ga goed door de bal heen
De techniek van de trekstoot is bepalend voor het uiteindelijke resultaat. Het doel is om de pomerans zo lang mogelijk contact te laten houden met de speelbal. Dit bereik je door de keu ook na het balcontact nog te laten versnellen. De beweging stopt dus niet op het moment van raken; de keu moet de speelbal als het ware nog ongeveer een baldikte volgen. Dit wordt ook wel “door de bal heen gaan” genoemd.
Een eenvoudige manier om dit te controleren is door een medespeler te laten kijken waar de top van je keu eindigt na de stoot. Idealiter bevindt deze zich minstens één baldikte voorbij het raakpunt.
4. Versnel tijdens de afstoot
Een goede trekstoot ontstaat door een vloeiende versnelling van de keu. Let er tijdens de voorbereidende pendelbewegingen op dat je rustig begint en geleidelijk versnelt naarmate je de speelbal nadert. Gevorderde spelers geven soms vlak voor het raakmoment nog een extra versnelling vanuit de pols. Hoewel dit effectief kan zijn, is het zeker geen vereiste voor een goede trekstoot.
Voor spelers met weinig ervaring is het vaak prettig om met een ontspannen achterhand te spelen. Houd de achterkant van de keu losjes vast, bijvoorbeeld voornamelijk tussen duim en wijsvinger. Hierdoor kan de keu vrijer bewegen en wordt een soepele, versnellende afstoot gemakkelijker.
Samenvatting
Een goede trekstoot draait niet om zo laag mogelijk raken of zo hard mogelijk stoten. Het belangrijkste is een vlakke keuvoering, een vloeiende versnelling en een afstoot waarbij je duidelijk door de bal heen gaat. Met een goede techniek ontstaat het trekeffect vrijwel vanzelf.
Spreek me gerust aan om eens met je mee te kijken.
Coen
