HOE DAN NIET?
Veelgemaakte fouten bij biljarten
- De keu niet recht bewegen
De keu moet altijd in een rechte lijn bewegen. Veel spelers maken onbedoeld zijwaartse bewegingen (side-stroke) of bewegen de keu omhoog of omlaag (up- of down-stroke). Alleen een rechte beweging in de lengterichting van de keu zorgt voor een zuivere stoot. - Trekstoten en doorstoten verkeerd uitvoeren
Veel spelers trekken bij een trekstoot de keu terug zodra deze de speelbal raakt. Bij het doorstoten bewegen ze de keu juist wel door. Dat is niet correct. Bij beide stoten moet de keu na het raken van de speelbal blijven doorbewegen. Het verschil zit alleen in de plek waar je de speelbal raakt:- Trekstoot: onder het midden van de speelbal.
- Doorstoten: meestal boven het midden van de speelbal.
- De voorhand bewegen tijdens de stoot
Je voorhand is net zo belangrijk als een statief bij een camera. Als een statief beweegt, wordt de foto onscherp. Hetzelfde geldt voor je stoot. Houd je voorhand vóór, tijdens en na de stoot volledig stil. - Te snel stoten
Zelfs een eenvoudige positie verdient aandacht. Neem altijd de tijd om de situatie goed te bekijken en behandel elke stoot alsof het een moeilijke is. Haast leidt vaak tot fouten. - Het lichaam bewegen
Niet alleen de voorhand, maar ook het hele lichaam moet stil blijven staan tijdens het stoten. De beweging hoort uit de elleboog, pols of onderarm te komen, afhankelijk van de situatie. Hoe rustiger je lichaam, hoe beter de controle. - Te hard spelen
Veel spelers stoten harder dan nodig is. Hoe harder je speelt, hoe moeilijker het wordt om nauwkeurig te blijven. Probeer zo te spelen dat de speelbal na het raken van de derde bal snel tot stilstand komt, liefst binnen ongeveer 20 centimeter. - Naar de verkeerde bal kijken
Veel spelers kijken tijdens de stoot naar de derde bal. Dit vergroot de kans op een scheve stoot. Het is beter om vóór, tijdens en na de stoot naar de tweede bal te kijken. Alleen bij speciale stoten zoals massé en piqué kijk je naar het raakpunt op de speelbal. - Altijd dezelfde handpositie gebruiken
De afstand tussen je voorhand en de speelbal moet passen bij de situatie:- Bij korte en eenvoudige stoten: ongeveer 6 cm tussen voorhand en speelbal. De achterhand ligt dan ongeveer één handbreedte achter het balanspunt van de keu.
- Bij grote of moeilijke stoten: ongeveer 15 cm tussen voorhand en speelbal. De achterhand ligt dan ongeveer 15 cm van het uiteinde van de keu.
- Gebrek aan concentratie
Biljarten is een concentratiesport. Verlies van concentratie kost punten. Bekijk elke situatie zorgvuldig en geef niet voortdurend commentaar op je spel. Analyseer je prestaties pas na afloop van de partij. - Te vaak via de banden spelen
Vooral bij libre en kader is het meestal beter om directe oplossingen te kiezen. Dat betekent dat de speelbal rechtstreeks van bal 2 naar bal 3 gaat, zonder eerst één of meerdere banden te raken. Een bekende grap onder biljarters luidt:
“De belangrijkste functie van de banden is ervoor te zorgen dat de ballen niet op de grond vallen.”
Samenvatting
De belangrijkste aandachtspunten zijn:
- Stoot rustig en gecontroleerd.
- Beweeg de keu recht naar voren.
- Houd voorhand en lichaam stil.
- Neem de tijd voor elke stoot.
- Kijk naar de juiste bal.
- Pas je handpositie aan de situatie aan.
- Kies waar mogelijk voor directe oplossingen.
Deze basisprincipes zorgen voor meer controle, nauwkeurigheid en een hoger rendement aan de biljarttafel.
