Biljart is een sport
Het bewijs:
Neem een vrije partij tot 100 punten, uitgespeeld in 30 beurten.
Deze speler staat 30 keer op uit zijn stoel en loopt 30 keer naar de biljarttafel. Hij buigt zijn bovenlichaam minstens 100 keer voorover (ook tijdens een misser worden deze bewegingen gemaakt), gaat minstens 100 keer door de knieën en maakt 100 stootbewegingen. Daarbij komt hij minstens 100 keer weer overeind, loopt 30 keer van de biljarttafel terug naar zijn stoel, gaat 30 keer zitten en vraagt zich af waarom hij na een partij tot 100 punten zo moe is.
Speel vervolgens middag of avond nog een partij. Alles bij elkaar zijn dat meer dan 1.000 bewegingen van geringe intensiteit. Daar komen bovendien nog de mentale eisen bij die biljarten gemeen heeft met alle balsporten.
Men kan stellen dat biljarten niet behoort tot de sporten die het hart- en vaatstelsel zwaar belasten. Wie op dat gebied iets extra’s wil doen, doet er goed aan daarnaast een aanvullende sport te beoefenen. Biljarten is echter uitstekend geschikt om de normale soepelheid van de gewrichten tot op hoge leeftijd te behouden en de geestelijke vermogens te trainen.
Een bijkomend voordeel is eveneens het vermelden waard: het vergemakkelijken van sociale contacten. We kennen geen scheiding tussen actieve spelers en degenen die vanwege hun leeftijd met wedstrijdsport zijn gestopt. Wie eenmaal gewend is om biljarten als sport te beoefenen, zal dat ook op latere leeftijd blijven doen, ook al worden de prestaties misschien wat minder.
Juist op oudere leeftijd is het belangrijk niet met biljarten te stoppen, omdat er voor deze sport, die de natuurlijke beweeglijkheid onderhoudt, nauwelijks een gelijkwaardig alternatief bestaat. De eerder genoemde 1.000 bewegingen zou vrijwel geen enkele oudere vrijwillig maken. Door het spel aan de biljarttafel wordt men daarvan afgeleid en merkt men de inspanning vaak pas na afloop van de partij.
Natuurlijk zijn er effectievere manieren om de lichamelijke conditie te verbeteren, maar laten we eerlijk zijn: wie gaat er nu echt regelmatig hardlopen in het bos, joggen of aan gymnastiek doen?
Een medisch oordeel:
Een topspeler staat tijdens een belangrijk toernooi onder grote psychische én lichamelijke druk. Dat stelde L. P. Heere, een arts uit Den Haag, vast na een onderzoek bij speler Hans de Jager tijdens het wereldkampioenschap artistiek biljarten.
De Jager droeg op de eerste speeldag, van 19.00 tot 23.30 uur, een kleine zender op zijn borst die zijn gegevens draadloos doorgaf aan een ECG-apparaat. Zijn concentratie en bewegingsvrijheid werden door de zender niet belemmerd.
Dr. Heere kwam tot enkele opmerkelijke conclusies. Zoals bekend ligt de rusthartslag van een ongetraind persoon rond de 72 slagen per minuut. Door conditietraining kan de rusthartslag dalen tot ongeveer 35 slagen per minuut. Spanning en nervositeit kunnen de hartslag laten oplopen tot ongeveer 120 slagen per minuut.
Tijdens de rustperiodes schommelde de hartslag van De Jager tussen de 70 en 80 slagen per minuut. Bij het bestuderen van de verschillende figuren liep deze op tot 80 à 100 slagen per minuut. Tijdens het uitvoeren van de stoten steeg zijn hartslag zelfs tot waarden tussen de 125 en 140 slagen per minuut.
Opvallend was dat de hartslag na 23.00 uur niet verder toenam en zich stabiliseerde tussen de 110 en 130 slagen per minuut. Ook bleek er geen verband te bestaan tussen het missen of juist succesvol uitvoeren van een stoot. De hartslag nam bij succes noch bij mislukking toe of af, wat eerder verrassend genoemd mag worden.
Op basis van het beschikbare onderzoeksmateriaal concludeerde dr. L. P. Heere dat een langdurig verhoogde hartslag een gevoel van vermoeidheid kan veroorzaken. Dat uit zich in concentratiestoornissen, een grotere afleidbaarheid en een verminderde mentale flexibiliteit. Deze factoren hebben een negatieve invloed op het spel, maar kunnen door een goede conditietraining, yoga of autogene training vrijwel geheel worden opgeheven of in hun uitwerking sterk worden verminderd.
