De biljardé: de lastigste beslissing voor een arbiter
De biljardé blijft één van de moeilijkste fouten om te beoordelen. Niet alleen voor beginnende arbiters, maar ook voor zeer ervaren officials. Regelmatig ontstaan er discussies tussen speler en arbiter, vooral in recreatieve competities. Vaak is de speler ervan overtuigd dat er géén fout is gemaakt, terwijl de arbiter juist zeker weet van wel – of andersom.
Daarom opnieuw aandacht te besteden aan dit onderwerp. Niet omdat de spelregels onduidelijk zijn, maar omdat de beoordeling in de praktijk vaak lastig is.
Wat is een biljardé?
Volgens het reglement is sprake van een biljardé wanneer:
- de pomerans nog contact heeft met de speelbal op het moment dat deze een andere bal of de band raakt;
- of wanneer wordt gespeeld op een bal of langs een band waartegen de speelbal vastligt, zonder dat deze eerst met een kopstoot (massé of piqué) wordt losgemaakt.
Ligt een bal tegen de speelbal aan en rolt deze alleen terug doordat de speelbal zijn steunpunt verliest, dan is dat geen biljardé.
Zeker weten, anders geen fout
Juist bij deze fout geldt een belangrijk uitgangspunt voor iedere arbiter:
Bij twijfel wordt niet afgeteld.
Een arbiter mag een speler pas voor biljardé aftellen wanneer hij of zij de fout met zekerheid heeft waargenomen. Het vermoeden dat een speler waarschijnlijk een biljardé heeft gemaakt, is onvoldoende.
Dat is belangrijk, omdat technisch sterke spelers soms stoten kunnen uitvoeren die voor een minder ervaren arbiter onmogelijk lijken, maar volledig reglementair zijn.
Waarom is een biljardé zo moeilijk te zien?
Een biljardé duurt slechts een fractie van een seconde. Daarom kan een arbiter niet op één waarneming vertrouwen.
Bij een goede beoordeling spelen meerdere factoren tegelijk een rol:
- de positie van de arbiter;
- de stootrichting;
- het geluid van de stoot;
- de richting van de keu;
- de loop van de speelbal na de stoot.
Pas wanneer al deze waarnemingen hetzelfde beeld geven, kan met overtuiging worden vastgesteld dat sprake was van een biljardé.
De juiste positie van de arbiter
Een goede opstelling is essentieel. Alleen vanuit de juiste kijkhoek kan een arbiter beoordelen of de pomerans de speelbal nog raakt wanneer deze al contact maakt met een andere bal of de band.
Bij spelvormen zoals de Série Américaine komt bovendien regelmatig een situatie voor waarin een speler probeert de speelbal iets door te drukken om een gunstige positie te behouden. Wanneer de pomerans daarbij te lang contact houdt met de speelbal, is sprake van een biljardé.
Juist dit soort situaties vraagt veel concentratie en ervaring van de arbiter.
Ervaring maakt het verschil
De beste manier om een biljardé te leren herkennen, is door deze in de praktijk te zien. Ervaren spelers kunnen dergelijke stoten demonstreren, waardoor arbiters of andere spelers leren waarop zij moeten letten. Vraag gerust een keer als je op de vereniging bent.
Met de jaren ontwikkelen arbiters een combinatie van spelinzicht, kijkervaring en gehoor. Daardoor herkennen zij steeds beter de subtiele verschillen tussen een correcte stoot en een biljardé.
Discussies voorkomen
Een biljardé zal waarschijnlijk altijd onderwerp van discussie blijven. Toch kunnen veel meningsverschillen worden voorkomen wanneer spelers én arbiters hetzelfde uitgangspunt hanteren:
- een speler accepteert de beslissing van de arbiter;
- een arbiter telt alleen af wanneer hij of zij absoluut zeker is.
Na afloop van de partij heeft een rustige uitleg vaak meer waarde dan een discussie aan de biljarttafel.
Tot slot
Voor een arbiter is de biljardé misschien wel de lastigste beslissing die genomen moet worden. Juist daarom zijn een goede spelregelkennis, een juiste positie aan de tafel, concentratie en ervaring onmisbaar.
En misschien is de belangrijkste les wel deze:
Twijfel je als arbiter? Dan laat je doorspelen. Weet je het zeker? Dan moet je ook de moed hebben om af te tellen.
