Tips voor de Arbiter

Het kan zijn dat je wordt ingezet als arbiter bij een wedstrijd. Normaliter zijn hier bij de KNBB opleidingen voor. Wij als vereniging spelen niet voor de bond, maar hebben zo onze interne wedstrijden. We hoeven daarom geen opleiding te hebben om als arbiter op te treden. Toch is het handig om wat kennis te hebben van de arbitrage bij het biljarten. Vandaar deze beknopte aandachtspunten.

Als arbiter moet je voor beide spelers gelijke omstandigheden scheppen waaronder zij hun partij kunnen spelen. Het spel moet eerlijk verlopen. Als arbiter moet je daarom in ieder geval kennis hebben van het spel en onpartijdig zijn.

Het begin van een partij:

  • Controleer of de ballen goed schoon zijn;
  • Controleer of het biljartlaken goed schoon is;
  • Stel je voor aan beide spelers;
  • Stel je voor aan de schrijver.

De keuzetrekstoot en de acquitstoot:
De keuzetrekstoot bepaald welke speler beging. Na de keuzetrekstoot mogen de spelers de ballen niet meer aanraken. Direct als na de keuzetrekstoot bepaald is welke speler begint plaats de arbiter de ballen in de beginpositie.

Algemeen

  • concentreer je op de partij;
  • kijk niet voortdurend naar het publiek of naar een ander biljart;
  • controleer steeds, dus na elke beurt, of het aantal caramboles en de beurten op het scorebord juist zijn;
  • Toon interesse in de partij die je arbitreert;
  • neem beslissingen op je eigen waarnemingen;
  • alleen jij stelt vast of een spelregel is overtreden.

Het annonceren

  • annonceer duidelijk en goed hoorbaar, want iedereen – ook de mensen in de zaal – wil graag weten wat er gebeurt en hoever een serie is gevorderd;
  • Zodra een speler zijn beurt moet beëindigen annonceer je “Noteren …” het aantal caramboles – de naam van de speler- en nogmaals het aantal caramboles. Pauzeer na de annonce “Noteren” even. Dit geeft de schrijver  de gelegenheid om zich op jouw annonce te concentreren.
  • Tijdens deze annonce richt jij je tot de schrijver om onduidelijkheden te voorkomen. Controleer steeds de stand op het scorebord nadat dit is bijgewerkt. Jij bent verantwoordelijk voor de juiste stand op het bord, niet de schrijver.

Waar moet je staan
Hinder de speler beslist niet en de tegenstander zo min mogelijk bij jouw opstelling. Bij het uitvoeren van een stoot moet de arbiter zich zodanig opstellen, dat hij zo goed mogelijk kan waarnemen of een speler al dan niet een spelregel overtreedt en of er een geldige carambole wordt gemaakt.

Ga in principe nooit in het stootbeeld van de speler staan. Moet dat toch eens, bijvoorbeeld als een bal haarfijn moet worden geraakt, draai dan een kwartslag met het lichaam. Dit is meestal voldoende om de speler langs je heen te laten kijken. Dit moet echter wel een uitzondering blijven! In alle andere gevallen sta je recht, met de borstzijde naar de positie gericht, als het waren in een hoek van 90ᵒ ten opzichte van de keu, en jouw gewicht verdeeld over beide voeten. Zo houd je het ook het langste vol.

Nogmaals: zorg er voor dat je de speler niet in de weg staat/loopt. Laat een speler altijd vóór je langs lopen. Hij houdt dan altijd zicht op de tafel. Doe eventueel een stap achteruit. Als de speler om het biljart heen loopt, loop dan zelf, in principe, in tegenovergestelde richting om het biljart.

Het bewegen
Bewegingen maken kan een speler afleiden. Dat gaat ten koste van zijn concentratie. Sta dus stil als de speler heeft aangelegd! Wanneer jij je moet verplaatsen, loop dan de speler niet in de weg. Houd ook rekening met spelers en/of arbiters van een ander biljarttafel. Verplaats je op een rustige manier, maar toch zo snel, dat je op tijd op de juiste positie bent. Probeer rust op de speler over te brengen. Een correcte timing ten opzichte van de bewegingen van een speler is noodzakelijk voor het optimaal verrichten van jouw taak.

  • Kijk een speler zo min mogelijk in de ogen en zeker niet als hij heeft aangelegd;
  • Maak tijdens het afstoten geen aandachttrekkende bewegingen;
  • Beweeg niet meer nadat de speler heeft aangelegd;
  • Houd jouw handen zodanig, dat ze niet voortdurend in het gezichtsveld van de speler zijn. Houd daarom de handen liefst op de rug of naast het lichaam. De armen voor de borst kruisen is uit den boze, dat straalt vaak arrogantie uit;
  • Buig niet over het biljart om beter te kunnen zien. Doe dat stapje extra;
  • Knik niet goedkeurend of reageer niet laatdunkend bij het al of niet slagen van een carambole.
  • Laat jouw emoties niet blijken of houd die in ieder geval onder controle want van jou wordt verwacht dat je absoluut onpartijdig bent;
  • Vergeet niet dat je anderen het uitzicht op het biljart kunt ontnemen. Probeer zoveel mogelijk de tegenstander zicht te laten houden op het biljart. Ook hij wil graag zien wat zijn tegenstander doet;

Het herzien van beslissingen
We zijn allemaal mensen, ook jij als arbiter. Het is dus altijd mogelijk dat de arbiter zich eens een keertje vergist of een foute beslissing neemt. Dat kan betekenen, dat een speler vraagt om die beslissing te herzien. Dit dient overigens wel op een correcte manier te gebeuren. Ook de tegenstander kan dit in bepaalde gevallen doen. Je moet aan zo’n verzoek voldoen.

Blijf je bij jouw beslissing, dan moet de speler zich daarbij neerleggen. Als blijkt dat de speler gelijk heeft, dan moet je die fout herstellen. Blijf niet halsstarrig aan jouw beslissing vasthouden als is gebleken dat je het inderdaad verkeerd had.

Fouten
Tijdens de partij kunnen spelers verschillende fouten maken. Ik behandel ze hieronder stuk voor stuk.

1 Uitgesprongen bal.
Een bal is uitgesprongen als deze buiten de houten omlijsting komt, of als de arbiter heeft geconstateerd dat de bal die omlijsting heeft geraakt.
2 Touché.
Met touché wordt bedoeld het ongewild aanraken met de keu of op welke andere wijze dan ook, van een van de ballen, anders dan door een van de andere ballen.
3 Indirect touché.
Het naar het oordeel van de arbiter, zo handelen dat de speler een of meer ballen, zonder deze direct aan te raken, van plaats of loop doet veranderen. Bijvoorbeeld door het blazen naar een bal, het tegen het biljart oplopen waardoor de ballen worden verplaatst etc. Dit moet echter met opzet gebeuren.
4 Biljardé.
Dit is een van de moeilijkst te constateren fouten. Bedoeld wordt het nog met de pomerans in aanraking zijn met de speelbal op het moment dat deze een tweede bal raakt, het zogenaamde “doorduwen”. Het spelen via een bal of band, waartegen de speelbal “vast” ligt, is ook een biljardé.
5 Voeten los.
Spelers moeten tijdens de afstoot met minimaal één voet contact houden met de grond. Doen zij dit niet, dan wordt dit als fout aangerekend.
6 Merkteken.
Indien een speler, bij het berekenen van zijn stoot, een merkteken aanbrengt op het biljart, bijvoorbeeld een krijtstreepje, of het plaatsen van het krijtje, om bij het afstoten daarmee het juiste richtpunt te vinden, wordt hij afgeteld wegens het aanbrengen van een merkteken.
7 Verkeerde bal.
Het spelen met een andere bal dan de speelbal wordt aangeduid met de fout “Verkeerde bal”.
8 Bewegende bal.
Het afstoten op een moment dat één of meerdere ballen nog niet geheel tot stilstand is of zijn gekomen, is ook een fout. De arbiter moet er wel rekening mee houden dat, indien een speler afstoot op het moment dat nog niet alle ballen stilliggen, ook de vorige carambole ongeldig is. Deze voorafgaande carambole is namelijk pas geldig, nadat alle ballen tot stilstand zijn gekomen. Dat was nog niet het geval, zodat de arbiter niet alleen de speler moet aftellen, maar ook de laatst getelde carambole moet herstellen.

Het reinigen van ballen
Tijdens de partij kunnen resten van het biljartkrijt of stof zich vasthechten aan de bal(len). Een speler kan hier last van hebben en de arbiter verzoeken om die bal(len) te reinigen. De arbiter dient aan dat verzoek te voldoen. NB: De bal(len) moeten na het reinigen wel precies terug worden gelegd op de juiste plaats.